Iedereen heeft weleens een geheim, een leugentje om bestwil, iets wat we liever niet hardop zeggen. In Metro’s rubriek Opgebiecht durft een Metro-lezer dat toch te doen. Deze week: Isabel (33) schaamt zich voor haar muizenfobie.
„Een paar maanden geleden zag ik ineens een muis door de keuken rennen. Ik schrok me helemaal kapot, maar goed: kán gebeuren natuurlijk. We wonen in een oud huis, het was winter, dus ergens was het misschien wel logisch dat zo’n beestje onderdak zocht bij ons. Zo probeerde ik het aan mezelf te verkopen, althans. Maar ik kreeg er wel de kriebels van, dus ik wilde er vanaf. We zetten een muizenval neer en inderdaad: de volgende ochtend zat-ie erin. Gat gedicht, huis grondig schoongemaakt, klaar. Dacht ik.
Muis in bed
Drie weken later werd ik midden in de nacht wakker van geritsel. Ik dacht nog: loopt er nou iemand buiten op het grindpad? Tot ik het nóg een keer hoorde. Ik deed de zaklamp van mijn telefoon aan en zag gewoon een muis langs het gordijn in onze slaapkamer schieten. Ik kun je vertellen: dan sta je stijf van de adrenaline.
Mijn vriend sliep overal doorheen, uiteraard. Tot ik hem hysterisch wakker maakte en we de kier van de slaapkamerdeur barricadeerden met handdoeken, zodat hij in elk geval nergens heen kon. Daarna zette ik een muizenval neer en ging ik op bed zitten wachten. Letterlijk wachten.
Maar het allerergste moest nog komen, want dat beest liep dus niet meteen in die val. Eerst hoorde ik hem nog trippelen over de vloer, tot het stil werd. En hij ineens náást me in bed liep.
Gillend overeind
En ik hád het nog opgezocht, of muizen ’s nachts over je heen klimmen. Maar nee hoor, buitelden de Google-zoekresultaten over elkaar heen. ‘Muizen komen niet in bed.’ Nou, wél dus. Toen ik in die kleine kraaloogjes keek, ben ik gillend overeind gesprongen. Uiteindelijk liep hij alsnog in de val, ergens rond half vier ’s nachts. Niet dat ik daarna ook nog maar één oog dichtdeed – ik verschanste mezelf in de logeerkamer, no way dat ik nog in mijn eigen bed ging liggen, wie weet wat-ie daar allemaal had achtergelaten.
Enfin, de volgende dag kwam er een bestrijder – twee muizen in korte tijd vond ik iets te toevallig – en sindsdien hebben we geen muis meer gezien. Geen keutels, geen geritsel, niets. Het probleem is feitelijk dus opgelost. Eind goed al goed, zou je denken, maar mijn hoofd wil er nog niet bij.
Obsessief checken
Sindsdien ben ik namelijk nogal paranoïde geworden. Echt gênant, bijna. Ik hoor ’s avonds overal geluiden. Als er een schaduw beweegt, schrik ik op. Ik stofzuig direct elke kruimel op, terwijl ons huis sowieso al schoon was. Ik check obsessief hoekjes en kastjes op keutels. En zodra het donker wordt, voel ik een soort spanning opkomen.
Ik schaam me er best wel voor. Want come on, het is een muis. Mensen krijgen te maken met oorlogen, ziektes en andere heftige dingen, en ik lig wakker van een dier van een paar centimeter groot. Iedereen zegt ook steeds: ‘Ach joh, dat beest is banger voor jou.’ Ja, leuk. Maar ondertussen merk ik dat het me echt wel belemmert. Op sommige avonden denk ik weer aan dat geritsel en die muis in bed, en dan kan ik gewoon niet slapen. Dan lig ik uren alert te luisteren naar elk geluidje in huis, alsof mijn brein continu de wacht houdt. De gedachte is kortom een groter probleem geworden dan de muis zelf. Ik hoop wel dat dat weer minder wordt, naarmate de tijd verstrijkt.”
Vanwege privacy in combinatie met gevoelige onderwerpen zijn de namen gefingeerd. De echte namen zijn bekend bij de redactie.
Meer lezen over de geheimen van lezers? Deze situaties waren in de afgelopen maanden favoriet:
- Opgebiecht: ‘Ik woon sinds kort samen met een vriendin, maar heb nu al spijt’
- Opgebiecht: ‘Ik vind het kerstdiner bij mijn schoonouders niet te eten’
- Opgebiecht: ‘Ik vind het huis van onze vrienden vies’
- Opgebiecht: ‘Ik schaam me voor mijn interieur’

















