De claim dat jongeren steeds conservatiever worden, duikt overal op. Zeker nu conservatieve partijen groeien in de peilingen, lijkt dat beeld logisch. Maar de vraag is: worden jongeren echt minder open-minded als het gaat over lhbtiq+-acceptatie? Statistieken geven daar deels voeding aan.
Over acceptatie van lhbtiq+ onder jongeren was lang weinig harde data, maar een nieuw onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (UvA) onder ruim 31.000 Nederlandse jongeren, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, doorbreekt dat nu, en zet de discussie meteen op scherp. Want wat valt er te bewijzen?
Progressief of conservatief?
Op abstract niveau lijken Nederlandse jongeren toch ‘relatief progressief’. Zo vindt 65 procent dat iedereen zelf mag bepalen op wie hij of zij verliefd wordt, en 59 procent onderschrijft dat iedereen gelijkwaardig is, ongeacht seksuele voorkeur.
Toch zit daar een belangrijke kanttekening aan: een aanzienlijke minderheid denkt daar dus heel anders over. Zo is 41 procent het niet eens met het idee van volledige gelijkwaardigheid, en vindt 35 procent niet dat je zelf je partnerkeuze moet kunnen bepalen. Volgens de onderzoekers zijn dat geen ‘marginale groepen’, maar substantiële delen van de jongeren.
Genderidentiteit
Zodra het onderwerp concreter wordt, neemt de steun toch af. Over zichtbare of institutionele veranderingen rondom genderidentiteit zijn jongeren duidelijk kritischer: 61 procent is tegen het idee dat minstens de helft van de schooltoiletten genderneutraal moet zijn. Meer dan de helft, zo’n 54 procent, vindt dat je geslacht vaststaat bij geboorte. 41 procent is tegen het vieren van Paarse Vrijdag op alle scholen, tegenover 32 procent die het wel steunt.
Deze resultaten laten zien dat acceptatie van principes niet automatisch betekent dat jongeren dus ook achter concrete maatregelen of zichtbare uitingen staan.
‘Typische Gen Z-opvatting’
De onderzoekers benadrukken dat er geen eenduidig profiel bestaat van ‘de Nederlandse jongere’. Op basis van de antwoorden werd een schaal opgesteld van relatief conservatief tot progressief, maar die verschillen blijken sterk te variëren per individu.
Wat wel opvalt: jongeren met bredere conservatieve opvattingen denken ook vaker conservatief over lhbtiq+-thema’s. Jongens zijn gemiddeld terughoudender dan meisjes. Religie speelt daarbij ook een rol, maar volgens de onderzoekers is die niet erg groot: religieuze jongeren, en met name islamitische jongeren, scoren gemiddeld conservatiever. 86 procent van de islamitische jongeren heeft relatief conservatieve opvattingen versus 69 procent van de christelijke jongeren en 48 procent van de niet-religieuze jongeren.
Verschillen tussen schooltypen waren statistisch zeer klein: leerlingen op het vmbo hebben gemiddeld iets meer terughoudende opvattingen dan havo- en vwo-leerlingen. Opvallend is juist wat géén grote rol speelt: verschillen tussen verschillende leeftijden of migratieachtergrond blijken minimaal.
Opvattingen blijven stabiel
Maar is er echt een verschuiving te zien in lhbtiq+-acceptatie? Tussen 2021 en 2024 zijn de meningen van jongeren nauwelijks veranderd. Er is wel een lichte verschuiving richting meer conservatieve antwoorden, vooral onder meisjes, maar dat effect is klein. De algemene conclusie: opvattingen zijn grotendeels stabiel.
Veel jongeren onderschrijven idealen als vrijheid en gelijkheid, maar zijn minder enthousiast over hoe die idealen zichtbaar worden gemaakt in de schoolomgeving. Dat maakt het debat complex.
Volgens de onderzoekers is het daarom belangrijk om scholen te blijven zien als plekken voor dialoog.
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

















