In Nederland is pensioen een ingewikkeld thema, maar dat is in andere landen niet anders. Ook Duitsers moeten in de toekomst waarschijnlijk langer doorwerken. De Duitse regering steunt plannen om de pensioenleeftijd geleidelijk te verhogen tot ongeveer 70 jaar. Daarmee wil bondskanselier Friedrich Merz voorkomen dat het pensioenstelsel onder de druk van de vergrijzing bezwijkt.
Gisteren presenteerde een commissie van experts en politici een plan om het Duitse pensioenstelsel te hervormen, en is vergelijkbaar met eerdere plannen van het Nederlandse kabinet. De voorstellen moeten ervoor zorgen dat het pensioenstelsel betaalbaar blijft, nu het aantal gepensioneerden groeit. Bondskanselier Friedrich Merz en de minister van Arbeid hebben laten weten dat zij de plannen willen overnemen en verder willen uitwerken.
Kritiek op de hervorming van het pensioenstelsel
Net als in Nederland bekritiseerden de vakbonden de verhoging van de pensioenleeftijd en vooral de afschaffing van de mogelijkheid om op 63-jarige leeftijd te stoppen met werken. Maar opvallend: in de media overheerste juist een positiever geluid: eindelijk komt Merz met een fundamentele ingreep voor een van de grote problemen waarmee de Duitse economie worstelt, schrijft de Volkskrant.
Het plan om het vervroegd pensioen ook af te schaffen, leidt vooral tot kritiek. Nu kunnen Duitsers die 45 jaar hebben gewerkt vanaf hun 63e met pensioen zonder dat hun uitkering wordt verlaagd. Dat vervroegd pensioen is vooral een uitkomst voor mensen met zware beroepen, zoals bouwvakkers en zorgmedewerkers. Deze groepen zouden de dupe worden van het schrappen van die regeling, schrijft NU.nl
Beslissingen over pensioenen
Op dit moment is de wettelijke pensioenleeftijd 66 jaar en twee maanden, voor de jaargang 1959. Al eerder was besloten om die leeftijd stapsgewijs te verhogen, totdat de jaargang 1964 in 2031 op 67-jarige leeftijd kan stoppen. De regering wil de pensioenleeftijd nu ook na 2031 blijven verhogen.
De belangrijkste aanbeveling van de commissie is om de pensioenleeftijd voortaan mee te laten stijgen met de levensverwachting.
Dit was ook zo ongeveer het voorstel van het Nederlandse kabinet. Daarin zou de AOW-leeftijd direct meestijgen met de levensverwachting. Volgens eerdere berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) zou de AOW-leeftijd daardoor in 2060 kunnen oplopen tot 70 jaar en negen maanden
Flinke verhoging
De huidige pensioenleeftijd van 67 jaar gaat in Duitsland dus de komende jaren langzaam oplopen. Rond het begin van de jaren 2090 zou die uitkomen op ongeveer 70 jaar. Maar het komt niet uit het niets: de betaalbaarheid van de pensioenen is een probleem voor Duitsland. Aan het begin van de eeuw stonden er ruim drie werknemers tegenover elke gepensioneerde, in 2040 zullen dat er minder zijn. Door de vergrijzing moeten werknemers een steeds grotere groep gepensioneerden onderhouden, die ook nog eens steeds langer leven.
Duitsland kampt al jaren met een snel vergrijzende bevolking. Inmiddels is bijna een kwart van de Duitsers 65 jaar of ouder. In 1991 ging het nog om 15 procent van de bevolking. Merz stelt dat de maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat toekomstige generaties opdraaien voor de oplopende kosten van de vergrijzing. Volgens hem geeft dat jongeren meer zekerheid over hun pensioen.
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
- Darmexpert en Harvard-arts Trisha Pasricha: waarom miljoenen mensen verkeerd poepen zonder het te beseffen
- De Beleggingsrekening van Yara (24): ‘Die 250 euro per maand mis ik niet’
- Hitte zorgt voor recordprijs stroom: sommige klanten betalen vanavond de hoofdprijs
- Binnenkijken bij Bridget Maasland: kunst, kleur én een zeldzame luxe in hartje Amsterdam, voor 1,4 miljoen euro
- Na haar scheiding kreeg Chantal (40) geen alimentatie: met minder dan 800 euro per maand voedt ze haar kinderen op

















