Nog altijd duiken er onvoorstelbare verhalen uit de Tweede Wereldoorlog op. Neem de Jodenboerderij in de Haarlemmermeer. Ruim driehonderd Joden konden daar onderduiken. Op z’n hoogtepunt woonden er zeventig (!) Joden tegelijk. Soms waren zij er even, soms maandenlang.
Het prachtige – als je het zo mag noemen – verhaal De kinderen van de Jodenboerderij is vanavond en volgende week zaterdag in een tweeluik van Andere Tijden te zien. Metro bekeek alvast deel 1 voor televisierubriek Blik op de Buis. Minstens vijf Joodse onderduikers van toen leven nog en komen aan het woord. Ook nabestaanden van de familie Boogaard, die het allemaal regelde, en enkele toen zeer jonge dorpsgenoten uit Nieuw-Vennep, vertellen wat zij nog weten.
Metro tipte eerder twee andere verhalen uit de Tweede Wereldoorlog: Duutsers over het leven van toen in het dorpje Rouveen; en De Matroos en Het Meisje, over Rudi die een Rotterdamse moeder en Duitse vader had.
Velen wisten van het bestaan van de Jodenboerderij
De familie Bogaard van de Jodenboerderij was diepgelovig. Zij vonden het opvangen van Joden ‘hun Christenplicht’ („je hoort je naasten te helpen”). Hun boerderij De Zorg staat er nog altijd, al lag het gebouw na de Tweede Wereldoorlog aan puin. Achterkleinzoon Peter vindt de boerderij voor pater familias Johannis Bogaard, zijn vrouw en vier kinderen al niet groot. Laat staan dat er zoveel mensen op de Jodenboerderij hun onderduikadres vonden. Ze scholen voor de Duitsers dan ook op en rond het erf, in een kelder, de hooiberg, een schuur, een auto en zelfs in een met een kleed overdekte sloot.
Ondanks dat wisten velen van het bestaan van dit adres. Onderduikers werkten open en bloot mee op het land. Wonderbaarlijk genoeg ging dat lang goed, maar uiteindelijk niet. Een buurjongen van toen over vader Johannis: „Zijn mond was groter dan die van de Duitsers.”
‘Ik vroeg me steeds af: waarom ben ik hier?’
Wat zo krachtig is aan De kinderen van de Jodenboerderij, is dat vijf nabestaanden hun verhaal nog kunnen vertellen. Uiteraard waren zij toen allemaal piepjong. Neem Channa Walvisch (89), een Amsterdamse dochter van een kolenhandelaar. Zij vond doe boerderij „wel wat rommelig”. Maar verder: „Ik had heel veel heimwee naar huis, maar het is onvoorstelbaar hoeveel liefde ik daar ook heb ontvangen. De Bogaards hebben hun leven en dat van hun kinderen voor mij gewaagd.”
De anderen zijn Joop (1926), Maurits (1934), Hélène (1938) en Chella (1939). Chella was eerst bang voor de Bogaards. „Ik vroeg me steeds af: waarom ben ik hier?” Zij werd als jong meisje door haar moeder weggegeven aan de buren. Ze kon net op tijd over het balkon worden getild. Chella ziet dat nu als „de puurste vorm van liefde”. Haar moeder kwam uiteindelijk om het leven in Sobibor, een vernietigingskamp in Polen.

Baby’s naar de Jodenboerderij
Oom Hannes van de familie bracht veel kinderen in veiligheid. Hij deed zijn verhaal later nog op camera, in een film uit 1963. Het is goud dat zulke dingen natuurlijk bewaard zijn gebleven. Hannes: „Ik haalde kinderen bij hun families weg. Ze waren 9 dagen oud, 16 dagen, kun je het je voorstellen?” Dorpsgenote Annet (1931) kan eigenlijk nog steeds niet geloven hoe het destijds op de Jodenboerderij ging. „De Bogaards deinsden nergens voor terug. Hun geloof was zo sterk, ze dachten dat ze alles konden overleven.”
Het ging in het najaar van 1942 uiteindelijk niet goed, maar dat komt vooral aan bod in deel 2. Dat gebeurde na een eerste huiszoeking door Nederlandse agenten. Hoe kon het in hemelsnaam dat het er eerst allemaal zo onbekommerd uitzag? Bracht de familie Bogaard, hoewel zij voorzichtiger werden, ondanks alle goede bedoelingen de Joden op hun boerderij ook in gevaar? En wat gebeurde er met Channa, Chella en de anderen? Dat tweede deel gaan we zeker zien, fascinerend.

Aantal blikken uit 5: 5
Noot: dat verdient het onderwerp alleen al.
De kinderen van de Jodenboerderij is vanavond (21 februari) en volgende week zaterdag om 20.30 uur bij NTR te zien op NPO 2. Terugkijken kan via NPO Start.
Meer lezen over (nieuwe) programma’s op tv?
Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

















