Foto ter illustratie.
Foto: Kansfonds
Willem (55) is hoofd uitvoerder. Een baan met veel verantwoordelijkheid, structuur en goed salaris. Toch slaapt hij regelmatig in zijn auto of op kantoor. Ooit werkte hij in de waterinfrastructuur en had zijn eigen onderneming, nu is hij dakloos. Zijn verhaal is er een van vallen, vechten en vooral: onzichtbaarheid.
„Als ik geen adres heb, slaap ik in mijn auto. Of op mijn werk”, zegt Willem zonder omhaal. Hij heeft een goede baan, maar geen thuis. Sinds zijn faillissement is hij, zoals hij het zelf noemt, ‘uit het systeem gevallen’. Wat volgt is geen cliché daklozenverhaal. Willem is geen verslaafde, geen probleemgeval. Hij is vooral een man die werkte, probeerde overeind te blijven, maar zijn hulpvraag past niet bij het systeem. Hij is niet de enige: het aantal mensen dat dakloos is, is toegenomen. Begin vorig jaar waren zo’n 33.000 mensen dakloos, schreef Metro eerder. In 2022 waren dat er 27.000.
Vechten voor een inschrijfadres
„Je komt van een leuk leven ineens in de hel terecht. Genadeloos. Er is geen partij die je echt helpt”, vertelt Willem. Hij is moe, niet alleen van het vechten voor basisvoorzieningen als onderdak of inschrijving bij de gemeente, maar vooral van het niet-gezien worden. „Mensen geloven je gewoon niet. Ze denken dat je wel iets op je kerfstok moet hebben als je uit je huis wordt gezet. Alsof Nederland zo’n goed geregeld land is dat dit alleen de rotte appels overkomt.”
Van leerling-waterbouwer naar ondernemer
Vanaf zijn zestiende zat Willem bij de marine. Hij werd waterwerker en begon begin jaren 2000 zijn eigen onderneming. Hij werkte hard, maar had weinig ervaring met ondernemen. Tijdens de financiële crisis rond 2010 kwam zijn bedrijf in financiële problemen. „De hoofdaannemer wilde ineens 20 procent korting. Betalingstermijnen gingen van dertig naar negentig dagen. Dat trek je niet als klein bedrijf.” Hij vroeg hulp bij de bank, maar die weigerde.
Toen in 2020 de coronacrisis uitbrak, betekende dat het einde van zijn bedrijf. Een miljoenencontract viel in duigen. En zijn huis, ooit getaxeerd op 1,5 miljoen euro, werd voor een fractie geveild. „Onze spullen, kunst, materialen, alles werd voor een habbekrats verkocht. Materiaal van ter waarde van tienduizenden euro’s gingen voor een paar honderd euro naar een opkoper. Ik heb alleen maar gehuild.”
Geen vangnet
Wat Willem vooral verbaast, is dat er geen vangnet is. Geen regeling voor mensen zoals hij. „Als ondernemer heb je geen recht op schuldsanering, geen pro-Deo-advocaat, niks. Je bent overgeleverd aan de grillen van een curator die met niemand communiceert. Je wordt gewoon niet gehoord.”
Hij vertelt over rechtszaken waarin hij hoopte op erkenning, maar waarin hij naar eigen zeggen door zijn eigen advocaat in de steek werd gelaten. De curator liet loonbeslag leggen op het inkomen dat hij via een andere opdracht wist te regelen. „Dan ben je dus aan het werk en nog kun je niks opbouwen.”
In zijn omgeving is nauwelijks begrip. „Ik ben veel vrienden kwijtgeraakt. Als je wat te bieden hebt, staat iedereen om je heen. Als je dakloos bent, word je als crimineel gezien.” Zelfs zijn werkgever begrijpt hem niet goed. „Hij zegt: ik betaal je toch een goed salaris? Waarom leef jij dan op straat?”
Onveilige situatie in de daklozenopvang
Op een gegeven moment krijgt Willem van de gemeente het advies om naar de daklozenopvang te gaan. „Ik heb daar een nacht geslapen. Diezelfde nacht ben ik beroofd van mijn horloge en telefoon.” Hij lacht wrang. “Daar hoor ik niet tussen. Het is een opvang voor mensen met zware verslavingen en andere problemen. Ik wil gewoon een adres, een dak boven mijn hoofd.”
Dat blijkt lastig. Gemeenten weigeren hem in te schrijven als woningzoekende, omdat hij geen ‘betrouwbare betaler’ is volgens de Belastingdienst. Maar zonder inschrijving geen woning. En zonder adres geen inschrijving. Hij komt nergens voor in aanmerking, ook niet voor een traject als ‘Housing First’, een aanpak waarbij dakloze mensen eerst een woning krijgen en daarna aan de slag gaan met eventuele problemen die er spelen.
Pas na vier weken strijd en met hulp van iemand van het Leger des Heils in Hoorn, krijgt hij een briefadres toegewezen. „Elke drie maanden moet ik vragen of ik dat mag houden. Als dat wegvalt, kunnen ze mijn loon niet uitbetalen. Dan ben ik stateloos.”
De menselijke schade
Willem is niet alleen financieel gesloopt. Ook zijn ex-partner, met wie hij nog steeds contact heeft en voor wie hij zorgt, is kapotgegaan aan het faillissement. Ze werd suïcidaal, kreeg een hartinfarct en wordt volgens Willem volledig genegeerd door instanties. „Ze is ook bijna haar kamer kwijtgeraakt. Ze kan niet werken en ik betaal haar huur, omdat ik anders niet met mezelf zou kunnen leven.”
Hij begrijpt niet waarom sommige groepen wel geholpen worden, terwijl anderen in de kou worden gezet. „Als je gevlucht bent uit een ander land, is er hulp. En dat is goed, begrijp me niet verkeerd. Maar als jij hier geboren bent, jarenlang gewerkt hebt en belasting betaald hebt, en dan omvalt, dan kijkt niemand naar je om.”
Toekomst
Wat er nu komt? Willem weet het niet. „Ik probeer een beetje stabiliteit te vinden. Werk heb ik, dat is mijn geluk. Maar verder? Ik kan nergens terecht. Geen gemeente helpt, geen advocaat wil me bijstaan. Alles is een strijd. Ik snap niet dat niemand zegt: laten we deze man even helpen.”
Hij heeft 17 jaar als beroepsbrandweerman gewerkt en diende bij de marine als marinier. „Ik heb altijd voor dit land klaargestaan. Maar nu ik zelf iets nodig heb, ben ik lucht.”
De naam Willem is vanwege privacyredenen gefingeerd. Zijn echte naam is bij de redactie bekend.
Eveline en haar twee kinderen zijn de dupe van de woningcrisis: ‘Woensdag moet ik verhuizen. Bestemming onbekend’
Wilma is dakloos en leeft als fulltime huizen- en dierenoppas: ‘Meer aandacht voor onzichtbare daklozen’
Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

















